Een 48-jarige man, die alleen bekend staat als B. uit Hengelo, heeft op 24 september afgelopen jaar een opmerkelijk incident meegemaakt in zijn appartement aan de Botstraat. B. hoorde stemmen buiten zijn appartement die dreigende woorden uitspraken, wat hem in paniek bracht. Hij besloot om wasbenzine over een poef te gieten en deze in brand te steken. Deze actie zorgde voor verdere escalatie, waarbij B. ook een stoel in brand stak en over de balustrade sprong. Gelukkig voor B. woont hij op de begane grond, waardoor zijn sprong geen ernstige gevolgen had.
In de rechtbank heeft B. verklaard dat zijn onconventionele manier om hulp in te roepen te maken had met het ontbreken van een telefoon. Hij hoopte dat anderen de politie zouden waarschuwen. Nadat de brand was gesticht, verliet B. de plaats delict en probeerde hij bij verschillende buren een taxi te regelen, wat niet slaagde vanwege zijn verwarde indruk. Een alerte buur belde uiteindelijk de alarmcentrale, wat leidde tot de aanhouding van B. die aangaf zowel weg te willen als aangehouden te worden.
Specialisten hebben hun bezorgdheid geuit over het gedrag van B., maar hij heeft geweigerd mee te werken aan psychologische evaluaties. Dit gedrag heeft bijgedragen aan de eis van 12 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk, van de aanklager. De rechtszaak zal over twee weken een definitieve uitspraak brengen over deze opmerkelijke gebeurtenis.
Al met al werpt dit incident vragen op over de mentale toestand van B. en de rol van alcohol in zijn leven. Met inzichten uit de rechtszaak blijft de situatie rondom deze gebeurtenis nog onthullend en complex.